Hartelijk dank voor je reaktie. Je bent tot nu toe de enige !
Ik wil graag even checken of we niet langs elkaar heen praten en of ik mijn bijelkaar gegooglde kennis correct interpreteer:
Als we mijn Y-chromosoom even buiten beschouwing laten, heb ik 22 autosomale chromosomen van vader en 23 van moeder gekregen (de willekeurige helft van elk van hun paren). Verspreid over die 45 chromosomen liggen (op de daartoe gereserveerde plekken) de hierboven genoemde ca.25.000 genen die (door crossing-over) willekeurig van opa danwel van oma afkomstig zijn. Zij op hun beurt kregen ze van mijn 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders enz.
Gemiddeld heb ik bijvoorbeeld van elke overgrootouder 12,5%* 25.000 = 3125 genen, maar omdat de doorgifte in een willekeurige verhouding plaatsvindt, zal ik van de ene overgrootouder meer genen hebben dan van de andere. Ik heb geen verstand van kansberekening, maar het lijkt me dat, naarmate ik meer generaties terugga, de verhouding steeds dunner en schever wordt. Er zullen zelfs voorouders verschijnen vanwie ik helemaal geen genen meer heb, ondanks dat ze in mijn kwartierstaat staan. (Dit effect zal eerder optreden indien de crossing-over met vaste blokjes genen plaatsvindt, maar dat is een vermoeden)
Ik vroeg mij dus af hoe dat zit bij de 20e generatie. Als ik daarin ca.500.000 verschillende voorouders heb, dan moeten er m.i. minstens 475.000 zijn vanwie ik geen enkele gen heb.
Nu zeg jij dat de genen van die 500.000 allemaal “uit dezelfde pool” komen, sterker nog dat iedereen dezelfde genen heeft.
Bedoel je dat de verschillen ‘m slechts zitten in de DNA-codering per gen? Maar het DNA op het dominante gen voor bijvoorbeeld ogenkleur van één van die 500.000 voorouders heeft toch bepaald (afgezien van mogelijke tussentijdse mutaties) dat ik uiteindelijke bruine of blauwe ogen heb? Ondanks dat velen van die 499.999 resterende voorouders exact ditzelfde stukje DNA kunnen hebben gehad.
Het is natuurlijk niet te bepalen wie die ene verre voorvader was, maar ik wil alleen maar zeggen dat ik niet met alle (in de archieven gevonden) biologische voorouders genetisch verwant ben. Hoogstens met 25.000 per generatie. Dat gaat vanaf de 15e generatie (en waarschijnlijk al eerder) een steeds grotere rol spelen.
Klopt deze redenering?